Het stuk dat wij gaan uitvoeren, Cherubini’s Requiem in c mineur (1816) is een juweel.cherubini
Het komt qua opzet dicht bij het overbekende Requiem van Mozart. Cherubini’s Requiem bezit geweldige muzikale vondsten die vooral in de zangpartijen vaak blijheid en opgewektheid uitstralen, om even later in hartstocht en diepzinnigheid over te gaan. Omdat het een stuk is zonder solisten, hebben wij als koor de hoofdrol.
Luigi Cherubini (1760-1842) leerde componeren van zijn vader, die in Florence theatermusicus was. Als kind schreef hij al een flink aantal kerkelijke werken. In 1787 verhuisde hij naar Parijs waar Napoleon een groot bewonderaar van hem werd. Hij werd dirigent van het theaterorkest van koningin Marie Antoinette. De keizer kroonde hem als professor aan het Parijse conservatorium. In 1821 werd hij daar zelfs directeur.
Hij genoot van het succes dat zijn opera’s hadden. Ludwig van Beethoven was een groot bewonderaar van zijn composities en Franz Schubert verklaarde Médée tot zijn favoriete opera. Johannes Brahms vond zijn werk het absolute hoogtepunt van de klassieke muziek. Ondanks die grote waardering is Cherubini in onze tijd minder bekend dan zijn beroemde tijdgenoten.

02 Brahms ca 1860Het Schicksalslied (Lied van het lot) is een korte krachtige compositie voor koor en orkest geschreven door Johannes Brahms tussen 1868 en 1871.
De tekst is afkomstig van het gedicht Hyperions Schicksalslied van Friedrich Hölderlin, dat oorspronkelijk deel uitmaakt van de roman Hyperion. Het gedicht heeft slechts twee strofen, de eerste beschrijft de zaligheid van de goden en de tweede het lijden van de mensheid, "zich blind in de afgrond stortend". Brahms wilde aanvankelijk een driedelig werk maken, met een herhaling van de eerste strofe. Hij had echter het gevoel dat hij daarmee te veel in zou gaan tegen de oorspronkelijke, meer tragische visie van Hölderlin. Weliswaar gaat het werk aan het slot terug naar de muziek van de eerste strofe, maar alleen instrumentaal, dus zonder de tekst.
Johannes Brahms werd geboren in een sloppenwijk van Hamburg. Hij was de zoon van een muzikant die in cafés hoorn en contrabas speelde, en een kleermaakster. Zijn ouders zagen al snel zijn grote muzikale talenten en hij kreeg vanaf zijn zevende jaar pianoles. Toen hij tien jaar oud was, speelde hij al de pianopartij in het pianokwintet opus 16 van Ludwig van Beethoven.
Brahms moest, toen hij ongeveer dertien jaar was, om zijn ouders te steunen in hun voortdurende strijd tegen de armoede, populaire muziek spelen in kroegen en bordelen. Ondertussen las hij poëzie van onder anderen Novalis en Hölderlin om te ontsnappen aan het werk dat hem zo tegenstond.
De later zo beroemd geworden componist, dirigent, organist en pianist voelde zich het meest thuis in de klassieke traditie van Bach, Mozart, Haydn, Beethoven en Schubert.