durufleIn 1953 huwde hij de organiste Marie-Madeleine Chevalier die zijn assistente was in de Saint-Étienne-du-Mont. Na hun trouwdag deelden ze de positie van organist in deze kerk.
Na een auto-ongeluk op 29 mei 1975 moest Duruflé stoppen met zijn werkzaamheden als organist. Duruflé herstelde nooit helemaal van dit ongeluk. In 1976 publiceerde hij zijn laatste werk, Notre Père voor a-capellakoor.
De meeste van Duruflés werken, waaronder vocale composities en orgelwerken, zijn religieus. De gregoriaanse gezangen, die hij veel had gezongen in de jaren op de koorschool in Rouen, waren een belangrijke inspiratiebron voor zijn muziek.
Duruflé schreef sublieme orgelwerken, waaronder Messe Cum Jubilo opus 11.kerkdurufle

 

Requiem
‘Het is alsof je een groep Franse monniken hoort zingen onder begeleiding van fraaie akkoorden en innige melodieën,’ wordt over het Requiem geschreven. Het ‘Pie Jesu’ geldt als absoluut hoogtepunt en wordt dikwijls als zelfstandig stuk uitgevoerd.
Het gregoriaans van de katholieke dodenmis vormt de rode draad van dit prachtige Requiem. Het is niet zwaar, maar licht en hoopvol. Het kent geen Dies Irae, geen schilderachtig verslag van het laatste oordeel zoals dat in menig requiem voor een dramatisch hoogtepunt zorgt. Duruflé werd duidelijk geïnspireerd door het ook zo mooie Requiem van Fauré, maar is meer verankerd in de moderne tijd.
Zelf schrijft Duruflé over het Requiem:
“Ik heb er vooral naar gestreefd mij te verdiepen in de bijzondere stijl van de gregoriaanse gezangen. Zo heb ik mij ingespannen de gregoriaanse ritmiek te verzoenen met de eisen van het moderne metrum (…) het orgel speelt slechts een episodische rol: het komt tussenbeide, niet om het koor te ondersteunen, maar alleen om bepaalde accenten te onderstrepen of om voor een ogenblik de al te ‘menselijke’ sonoriteiten te doen vergeten. Het stelt de idee voor van het tot-rust-komen, van het geloof en de hoop”.
Duruflé was een introverte en perfectionistische man. Hij schrapte en verbeterde zijn werken voortdurend. En was hij dan nóg niet tevreden, dan vernietigde hij het werk. Slechts veertien stukken bleven gespaard, waaronder het Requiem dat hij in 1947 schreef. In eerste instantie schreef hij dit Requiem met orkestbegeleiding, een latere versie is met eenvoudiger kamerorkest. In de derde versie bracht hij de begeleiding verder terug tot orgel en cello.
Deze versie gaan wij op 17 maart uitvoeren.